Open brief – team Eperon d’Or

Wat met Eperon d’Or?
Per 1 januari is Eperon d’Or geen museum meer en worden er zeven voltijdse equivalenten (dat is vakjargon voor: de mensen die het museum draaiende houden) geschrapt. Dat is wat eufemismen als “herbestemming” en “synergie” concreet betekenen.

Wie het anders probeert uit te leggen, verspreidt desinformatie.

Er is ondertussen alweer heel wat geschreven over de situatie. We voelen ons genoodzaakt om daarop te reageren.

Een beknopte tijdslijn.

Dinsdag 16 september: er loopt in Eperon d’Or een telefoontje binnen van de personeelsdienst. Of we de volgende dag met de voltallige ploeg kunnen langskomen naar de schepenzaal voor info over het meerjarenplan. En de gevolgen daarvan voor Eperon d’Or.

Woensdag 17 september, 10u30: na veel vijven, zessen en andere cijfers blijkt dat Eperon d’Or per jaar €650.000 verlies draait. Het is een cijfer dat we nog nooit gehoord hebben en waarover eerstdaags nog meer klaarheid geschept moet worden. Wat er ook van weze: op basis daarvan neemt het bestuur de beslissing uit de eerste paragraaf hierboven.

De cultuursector is non-profit van aard. Geen enkele stadsdienst kan winstgevend zijn. Het komt aan op keuzes maken. Wat vindt de gemeenschap belangrijk, en wat niet?

Voorliggend plan van het schepencollege: de museumfunctie gaat eruit, het personeel wordt ontslagen, de collectie blijft op één of andere manier bewaard, een synergie met de bibliotheek kan eventueel een optie zijn. Wat dat dan allemaal concreet inhoudt, “dát moet nog bekeken worden”. Maar het wordt iets in de stijl van: kastjes met schoenen tussen de boekenrekken.

Ondertussen lezen we in de pers dat “Eperon d’Or een open huis moet worden”. Dat “Eperon d’Or teruggegeven wordt aan de Izegemnaar”. Dat kunnen wij met de beste wil van de wereld niet begrijpen. “De Izegemnaar” mag er elke zaterdag gratis in. Eperon d’Or is één groot eerbetoon aan de Izegemnaar en zijn geschiedenis. We proberen al tien jaar lang ons huis zó open te stellen, dat de scharnieren bijna kraken.

Eperon d’Or heeft nog nooit zo goed gedraaid als nu. Vorig jaar hadden we ons hoogste bezoekersaantal ooit. In oktober komt er een internationaal, dertigkoppig congres met onder meer Australiërs en Engelsen bij ons op bezoek om te zien hoe wij omgaan met onze vrijwilligers en machines. Er lopen samenwerkingen op hoog niveau. We zijn éindelijk de baken aan het worden die we altijd al wilden zijn. Dat allemaal op een budget waar andere musea zich een breuk mee lachen.

De ontslagen zijn uiteraard maar een tipje van de ijsberg. Het gaat over werk van zestig jaar ver. Het gaat over honderden vrijwilligers. Het gaat over schenkers, die wekelijks objecten binnenbrengen waarop ze zo trots zijn. We durven beweren dat quasi elke Izegemse familie van ver of van dichtbij een link heeft met Eperon d’Or. Het gaat werkelijk over het DNA en de kernidentiteit van onze “pekkersstad”. Of durven we zelfs stellen dat het gaat over werk van 150 jaar ver?

We zouden graag  de kans krijgen om tóch nog een plan-B te ontwikkelen. Desnoods met de broeksriem aangespannen tot in het verste gaatje. Maakt niets uit, we lossen het wel op. Maar bied ons tenminste een kans.

Eigenlijk hopen we met héél ons hart dat er nog twee keer nagedacht wordt voordat de brug onherroepelijk opgeblazen wordt. Als de stekker eruit gaat, kan hij er nooit meer terug in.

De beslissing moet pas genomen worden in de gemeenteraad van december, dus er is wel nog wat tijd. Aan de Izegemnaar om te beslissen of Izegem de stad wil blijven van “bustels en skoen”.

Getekend,
Team Eperon d’Or